Kennisbank · Onderwerp
Een landschap aan de muur
Landschapskunst brengt buiten naar binnen: luchten, velden, rivieren en bergen. Juist boven een bank of bed werkt een landschap rustgevend, omdat je blik erin kan dwalen. Bij Kunstdoekje vind je ruim achthonderd landschappen op geweven fluweel, van Hollandse luchten tot het licht van de Provence, in zestien vaste maten.
Waarom een landschap rust geeft
Een landschap doet iets dat geen ander genre kan: het geeft je muur diepte. Je kijkt niet naar een vlak, je kijkt een ruimte in, van de voorgrond over de velden naar de horizon. Daarom hangt landschapskunst zo vaak op plekken waar je tot rust wilt komen: boven de bank, in de slaapkamer, tegenover de eettafel. Het vraagt geen aandacht, het geeft lucht.
Dat is geen gevoel alleen. Ontwerpers werken al eeuwen met vergezichten om kleine ruimtes groter te laten voelen, en een weids doek boven een meubel doet precies dat.
Hollandse luchten of Provence-licht
De twee grote smaken in de collectie liggen ver uit elkaar. De Hollandse meesters van de Gouden Eeuw maakten van ons vlakke land een genre: driekwart wolkenlucht, een molen of kerktoren als anker, zilvergrijs licht boven water. Jacob van Ruisdael is daar de koning van, en ook Vermeers Gezicht op Delft hoort in dat rijtje. Zijn leerling Meindert Hobbema maakte er het bekendste van allemaal: Het laantje van Middelharnis, een rechte rij bomen die je blik recht het doek in trekt.
Halverwege die twee eeuwen bleef het Hollandse landschap springlevend bij de Haagse School: schilders als Geo Poggenbeek legden dezelfde polders en luchten vast, maar losser en atmosferischer dan hun Gouden Eeuw-voorgangers. In datzelfde spoor werkte Johan Barthold Jongkind, die zijn Hollandse molens en grachten meenam naar Frankrijk en daar Monet leerde kijken.
Aan de andere kant van de oceaan gebeurde iets heel anders. De Hudson River School had geen polders maar een wildernis die nog nauwelijks in kaart was gebracht, en schilderde die op doeken van meters breed. Thomas Cole begon ermee, Frederic Edwin Church trok door naar de Andes en het poolgebied en kwam terug met vulkanen en ijsbergen.
Twee eeuwen later trok Van Gogh naar het zuiden en vond in de Provence het tegenovergestelde: geel koren, blauwe luchten en cipressen als vlammen. Met tweeënzestig landschappen is hij de grootste naam in dit onderwerp, gevolgd door Monet en de andere schilders van het impressionisme, die hun velden en rivieren buiten in de open lucht schilderden. Dat buiten werken hadden ze geleerd van de School van Barbizon, die het bos van Fontainebleau in trok en het landschap in aardse tinten hield. Grijs en zilver voor de rust, geel en blauw voor de energie: het mooie is dat je niet hoeft te kiezen.
Het winterlandschap
Winter is een eigen tak binnen het landschap, en het beroemdste voorbeeld is Jagers in de sneeuw van Pieter Bruegel de Oude uit 1565. Drie jagers dalen met hun honden af naar een dorp, en beneden schaatsen de dorpelingen op het bevroren water. Bruegel bedacht hier iets dat de schilderkunst daarna niet meer losliet: het hoge standpunt waarmee je in één blik van de voorgrond tot de verste bergtoppen kijkt. Het doek hoort bij een reeks over de jaargetijden en is een van de meest nagevolgde winterbeelden ooit gemaakt. De andere overgebleven delen van die reeks, met het boerenleven in de andere seizoenen, staan in de gids over Pieter Bruegel de Oude.
Drie eeuwen later pakte de Noor Frits Thaulow hetzelfde thema heel anders aan. Waar Bruegel het overzicht zocht, ging Thaulow dicht op het water zitten: Winterrivier in de schemering laat zien waar hij beroemd om werd, sneeuw langs de oever en een rivier die het laatste daglicht weerspiegelt. Zijn stromende water geldt tot vandaag als het knapste van het Noorse impressionisme; alle zeven doeken staan bij Frits Thaulow. Een winterdoek is bovendien het duidelijkste argument om te wisselen: hij hangt van december tot maart en maakt daarna plaats voor groen.
De Vlaming Emile Claus schilderde zijn winter dichter op de huid. De ijsvogels uit 1891 toont kinderen die met hun zitsleetjes de oever van de bevroren Leie afklimmen, in het rozige avondlicht van de strengste winter van de negentiende eeuw. Het doek staat met één voet nog in zijn naturalistische begintijd en met de andere al in het Belgisch luminisme, de stroming die hij er de decennia daarna mee zou aanvoeren.
Vier landschappen om mee te beginnen
Uit ruim achthonderd landschappen zijn dit vier doeken die het genre meteen laten zien, twee Hollandse en twee Franse:
Korenveld met cipressen
Korenveld met cipressen
Vincent van GoghDe Provence op haar heetst: golvend koren, een kolkende lucht en die ene donkere cipres. Zomer die het hele jaar blijft hangen.
De molen bij Wijk bij Duurstede
De molen bij Wijk bij Duurstede
Jacob van RuisdaelHét Hollandse landschap uit de Gouden Eeuw. Driekwart lucht, een molen als baken en dreigend weer boven de rivier.
Gezicht op Haarlem met bleekvelden
Gezicht op Haarlem met bleekvelden
Jacob van RuisdaelWolkenluchten boven een vlak land, met de Sint-Bavo klein aan de horizon. De reden dat we van Hollandse luchten spreken.

Klaprozen Veld in een Vallei bij Giverny
Klaprozen Veld in een Vallei bij Giverny
Claude MonetRood stipwerk in een groene vallei, geschilderd in de open lucht. Monet die laat zien wat licht met een veld doet.
Welk formaat kies je voor een landschap?
Landschappen zijn vrijwel altijd liggend, en breed werkt hier beter dan voorzichtig. Een vergezicht op een klein doek verliest juist de weidsheid waar je het voor koos. Boven een bank van twee meter is 120×80 een goed startpunt en mag het doorgroeien naar 180×120. Houd de vuistregel aan dat het doek ongeveer twee derde van de breedte van het meubel eronder vult. Hoe je dat voor jouw muur uitrekent, staat in welk formaat past op mijn muur.
Een landschap per seizoen
Landschappen en seizoenen zijn voor elkaar gemaakt. Het frame hangt één keer aan de muur en elk doek in hetzelfde formaat past erin: een licht korenveld in de zomer, een herfstlaan in oktober, sneeuw bij Giverny in januari. Een los doek is €89,95 in de kleinste maat en gaat plat de la in. Hoe je zo een eigen buitencollectie opbouwt lees je in een wisselgalerie met één frame.
Veelgestelde vragen
Wat is landschapskunst?
Landschapskunst is elk schilderij waarin de natuur of omgeving het onderwerp is: luchten, velden, rivieren, bergen en bossen. Het genre werd groot in de Hollandse Gouden Eeuw en kreeg een tweede leven bij de impressionisten, die buiten in de open lucht gingen schilderen.
Waarom geeft een landschap rust in huis?
Een landschap heeft diepte: je blik kan erin dwalen, van de voorgrond naar de horizon. Dat werkt kalmerend, zeker boven een bank of bed. Anders dan een portret vraagt een landschap geen aandacht, het geeft de kamer lucht.
Welk formaat past bij een landschap schilderij?
Landschappen zijn vrijwel altijd liggend en komen het best tot hun recht op een breed formaat. Boven een bank van twee meter werkt bijvoorbeeld 120×80 of groter, tot 180×120. Als vuistregel vult het doek ongeveer twee derde van de breedte van het meubel eronder.
Welke beroemde landschappen zijn er op fluweel?
Onder meer Korenveld met cipressen en De sterrennacht van Van Gogh, de molens en Hollandse luchten van Jacob van Ruisdael en de velden van Monet bij Giverny. In totaal telt de collectie ruim achthonderd landschappen.
Waar hangt Jagers in de sneeuw van Bruegel?
In het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Het doek is een van vijf overgebleven delen uit een reeks van zes die Bruegel in 1565 schilderde over de maanden van het jaar, één paneel per seizoen; het lentepaneel is verloren gegaan. De andere overlevende delen hangen in Wenen, Praag en New York.
Hoe staat een landschap op fluweel?
Geweven fluweel absorbeert het licht in plaats van het terug te kaatsen. Daardoor houden de wolkenluchten van Ruisdael hun grijstonen en gaat het geel van een korenveld van Van Gogh niet glimmen. Het weefsel vangt het licht op, zodat een lamp er zacht op valt. Geprint in Nederland.
Waarom heet De ijsvogels naar vogels als je alleen kinderen ziet?
De titel komt van een novelle van dezelfde naam van de Waregemse schrijver Léonce Ducatillon, waarin "ijsvogels" de bijnaam is voor de kinderen die op het ijs spelen. Emile Claus schilderde er in 1891 geen vogel bij, wel kinderen die met hun zitsleetjes de oever van de bevroren Leie afklimmen.